Rondje Ons Deurne

powered by Cycle2Explore  

Alle dorpen

Deurne

Deurne is de hoofdkern van Gemeente Deurne en telt ruim 24.000 inwoners.

   

Geschiedenis

Deurne (in dialect Deurze) is de grootste plaats van de Nederlandse gemeente Deurne. Deurne ligt grotendeels in het dekzandlandschap van de Centrale Slenk. Alleen het oostelijke deel ligt op de Peelhorst. Daar konden door ondoorlatende lagen in de bodem uitgestrekte venen ontstaat, de huidige Peel. Bewoning was in het Deurnese dekzandgebied al in de prehistorie te vinden. Meer plaatsvaste bewoning zien we vanaf het Neolithicum, toen de landbouw in de Lage Landen zijn intrede deed. Door uitputting van de bodem moesten de nederzettingen telkens worden verplaatst. De plaatsnaam Deurne in de oudste vermelding Durninum (721) is een dativus in de betekenis van met doornstruiken begroeide plek. Deze omschrijving duidt waarschijnlijk op een karakteristieke vegetatie in de late prehistorie of vroege middeleeuwen. Ook in die periode moeten er al boerderijen hebben gelegen in de nabijheid van de latere kern Deurne, mogelijk onder de huidige Koolhof, en in elk geval op de Bottel. Pas omstreeks 1200 zien we een geleidelijke fixatie van de nederzettingen op één plek. Boerderijen kregen een vaste plek en werden niet meer elke generatie afgebroken en elders herbouwd. Een deel van die nederzettingen was toen in handen van de Abdij van Echternach, die ook de Sint-Willibrorduskerk bezat. Rond die kerk groeide in de Late Middeleeuwen het dorp Deurne. Het dorp Liessel ontstond in diezelfde periode rond een Sint-Hubertuskapel, Vlierden rond een kapel aan de Kapelweg. In de late middeleeuwen kwam een nederzettingspatroon met een groot aantal buurtschappen tot stand. Zij lagen aan de verschillende kleinere dekzandruggen langs de beekdalen van de Aa, langs kleine dekzandkoppen in het veld en rondom het grote dekzandeiland van de Deurnese akker. Bestuurlijk maakte Deurne deel uit van het Kwartier van Peelland onder de hertogelijke Meierij van 's-Hertogenbosch. Neerkant en Helenaveen ontstonden als dorpen pas in de 19e eeuw. De woningbouw in Deurne kwam na de Tweede Wereldoorlog in een stroomversnelling. Het eerste project werd uitgevoerd aan de Lindenlaan; hier verrezen de eerste moderne rijtjeswoningen. Daarna werden de projecten aan de Hellemanstraat, in de Pastoorsbuurt en het plan d'Ekker uitgevoerd, alle aan de rand van de oude dorpskern. Deurne geniet landelijke bekendheid door museum De Wieger, ooit het woonhuis van de schilderende arts Wiegersma. 

   

Deurne virtueel bezoeken? Klik op Deurne 

Liessel

Liessel is een (kerk)dorp van Gemeente Deurne en telt bijna 3.300 inwoners.

 

Geschiedenis

Liessel (in dialect Lijssel) is een kern en voormalige grondheerlijkheid in de gemeente Deurne, in de Nederlandse provincie Noord-Brabant. In de steentijd, duizenden jaren voor Christus, woonden er te Liessel al mensen op een hoge zandrug in de omgeving van het huidige Leegveld. Een nederzetting uit de vroege ijzertijd (800-400 voor Christus) werd in het najaar van 2010 opgegraven in het middeleeuwse gehucht Loon, tussen de Hoofdstraat en bedrijventerrein Willige Laagt. De oudste vermelding van de naam Liessel dateert uit 1312. In een akte uit 1420 is sprake van een kapel. Vermoedelijk was deze gewijd aan Hubertus, de beschermheilige van de jacht, en stond de Sint-Hubertuskapel toen al op de plek waar tot in 1901 een kapel stond. Liessel deed enkele malen een poging zelfstandigheid te verwerven. Op 22 april 1678 werd Liessel door de Staten-Generaal van de heerlijkheid Deurne en tot een aparte heerlijkheid verheven. De jurisdictie over Liessel bleef echter in handen van de heer van Deurne, waardoor Liessel een grondheerlijkheid werd. Als laatbank over de eigen bezittingen werd de hof Ten Velde in Deurne aan de grondheerlijkheid verbonden. In de literatuur wordt niet zelden de foutieve aanduiding Liesselt gebruikt. Het Blokhuis in de buurschap Sloot vormde een afzonderlijk leengoed ten opzichte van de grondheerlijkheid. Beide lenen verkeerden vanaf de 17e eeuw in verschillende handen. Tussen de kasteelheren van het Blokhuis en de officiële heren van de grondheerlijkheid Liessel ontstonden regelmatig twisten over het gezag in Liessel. Ook een poging aan het einde van de 19e eeuw voor een zelfstandige gemeente "Liessel en Neerkant" strandde. Toen aan het begin van de 20e eeuw vele kleinere gemeenten, zoals Vlierden, werden opgeheven, was de kans verkeken. De enige zelfstandigheid die Liessel had gekregen, was de oprichting van een eigen parochie in 1851 (St. Willibrordus-parochie), en de stichting van een nieuwe kerk (1901), een klooster, en een school. Op de plek van de vroegere Hubertuskapel (in 1851 verheven tot Willibrorduskerk), afgebroken in 1903, werd het patronaatsgebouw gebouwd. Dat staat nu bekend als gemeenschapshuis de Kastanje.


Liessel virtueel bezoeken? Klik op Liessel

Neerkant

Neerkant is een (kerk)dorp van Gemeente Deurne en telt bijna 1.900 inwoners.
 
Geschiedenis

Neerkant (dialect de Nirkant) is een dorp in de gemeente Deurne, in de Nederlandse provincie Noord-Brabant, gelegen op de grens met Limburg, nabij Meijel. Neerkant is ontstaan langs de oude weg door de Peel. De oudst bekende vermelding van de naam Neercant dateert uit het rekeningjaar 1622/1623. De verklaring van de naam Neerkant is met tal van fantasieën omgeven. Zo zou Willibrord zich er langs de kant van de weg hebben nedergezet of zou het een verbastering zijn van Nederland. Historisch én taalkundig is dit allemaal echter direct naar het rijk der fabelen te verwijzen. De naam Neerkant is te verklaren als nederzetting aan het uiteinde van het bevolkte areaal en geeft de geïsoleerde ligging weer. Neerkant als dorp is nog jong. Pas rond 1890 kreeg Neerkant een dorpskern, nabij het voormalige gehucht Moostdijk. Na de bouw van kerk en klooster aan het einde van de 19e eeuw kan van een echt dorp gesproken worden. Neerkant werd in 1890 een zelfstandige parochie. Daarvoor bestond Neerkant uit een serie gehuchten op een smalle dekzandrug. Deze gehuchten waren onder meer de omgrachte hoeve Heitrak (oudste vermelding 1340), de Moostdijk (oudste vermelding 1421), Schelm, Schans en Broek. Neerkant ontstond als nederzetting in het gedeelte tussen Moostdijk en Heitrak. In 1851 waren de gehuchten Liessel, Neerkant en Heitrak bij elkaar gevoegd tot één parochie, genaamd Liessel. In de loop van de negentiende eeuw ontstond bij de intussen flink gegroeide bevolking behoefte aan een eigen school en kerk. Door problemen die Liessel, Helenaveen en Neerkant kregen met de Gemeente Deurne werd in 1876 en een poging ondernomen tot de vorming van een zelfstandige gemeente Gemeente Liessel en Neerkant, maar dit werd door de staat niet goedgekeurd. De gemeentenaam 'Deurne en Liessel' veranderde in 1926 in 'Deurne' na de toevoeging van Vlierden. Daarvoor was de eerste school al geopend (1 januari 1887), met als hoofd Meester Gerold, en met de bouw van de eerste kerk begonnen. Deze kerk werd op 16 mei 1891 in gebruik genomen door pastoor Van Erp. Daarna groeide het dorp gestaag. Er kwamen twee molens (een stoomgraanmolen en een windgraanmolen), een Boerenbond, Boerenleenbank en een Zuivelfabriek.

 
Neerkant virtueel bezoeken? Klik op Neerkant 

Helenaveen

Helenaveen is een (kerk)dorp van Gemeente Deurne en telt ruim 850 inwoners.

  

Geschiedenis

Helenaveen werd in 1853 gesticht door de Bossche opzichter van Waterstaat Jan van de Griendt, wiens vrouw Helena Panis heette. Samen met zijn broer Nicolaas van de Griendt, en G.W.J. Carp uit Arnhem kocht hij 610 ha veengrond, die hier 3-7 meter dik was. De Maatschappij Helenaveen liet een particulier kanaal, de Helenavaart, graven. De zwarte turf die hier gewonnen werd, kon daar langs worden afgevoerd naar de Noordervaart. Later werd ook turfstrooisel vervaardigd en werd de concessie uitgebreid. Er bevond zich in Helenaveen zelfs een drijvende turfstrooiselfabriek. Het turfstrooisel werd uitgevoerd naar geheel Europa en diende ter vervanging van stro in de Londense en Parijse paardenstallen voor leger en tram. Er werden zijkanalen (wijken) gegraven. Ook werden wegen aangelegd en huizen gebouwd voor de arbeiders. Oorspronkelijk waren dit deels strooijen keten. Zo ontstond Het Helena-Veen, bijgenaamd Het Strooijen Dorp. De huizen kregen ook een stuk grond waarop de bewoners land- en tuinbouw konden beoefenen. Uiteindelijk is Helenaveen een tuinbouwdorp geworden. De vervening is nog doorgegaan tot in de jaren 70 van de 20e eeuw. In het dorp werden zowel een hervormde (Protestantse kerk) als een katholieke kerk (Sint-Willibrorduskerk) gesticht, omdat de bevolking, grotendeels afkomstig uit Drenthe en Overijssel, sterk gemengd was van religie. Dat is ook de reden dat er zoveel 'niet-Brabantse namen' uit Helenaveen komen, zoals Ugen en Schonewille. De katholieke kerk, die in 1944 uitbrandde, was een vroege creatie van de meester-kerkenbouwer Pierre Cuypers, die onder meer de St. Willibrorduskerk van Deurne verbouwde. Toen de gemeente Deurne bemerkte dat het ontginnen van het hoogveen winstgevend was, begon ze er zelf ook mee. De gemeente mocht echter niet van de Helenavaart gebruikmaken, zodat min of meer parallel eraan een nieuw kanaal, het Kanaal van Deurne, werd gegraven. De Helenavaart, waaraan zowel Helenaveen als het Limburgse Griendtsveen zijn gelegen, werd gegraven voor de afvoer van de turf. Aan dit kanaal werden zogenaamde drietandwijken verbonden, drie parallelle zijkanalen die aan het einde samenkwamen en zo in het kanaal overgingen. Deze verveningsstructuur en het bijbehorende geconcentreerde fabrieksdorp Helenaveen zijn van zulke grote culturele en historische betekenis, dat het dorp in 1999 het predicaat beschermd dorpsgezicht kreeg. Helenaveen en Griendtsveen zijn de enige veenkoloniën in Zuid-Nederland. In Helenaveen woonde de Nederlandse liedschrijver en zanger Jules de Corte.

 

Helenaveen virtueel bezoeken? Klik op Helenaveen

Vlierden

Vlierden is een (kerk)dorp van Gemeente Deurne en telt bijna 1.400 inwoners.
 
Geschiedenis
Vlierden bestaat uit een relatief recent dorp, omringd door een groot aantal gehuchten, voornamelijk gelegen op een de dekzandrug langs de Oude Aa. Al in een 12e-eeuws afschrift van een oorkonde uit 721 vinden we Vlierden als ‘Fleodrodum’ (vermoedelijk in de betekenis van “woonplaats, begroeid met vlierstruiken”) vermeld. Het oudste Vlierden van de historische tijd moeten we wellicht zoeken in de buurt van de oude kapel van Vlierden, die tot 1902 aan de Oude Torenweg stond. Op deze plek staat tegenwoordig een gedachteniskapelletje uit 1926 van de familie De Maurissens. Nabij deze oude kapel staat nog altijd een sterk verbouwde boerderij, op de plek waar eens de ‘Kerkhofhoeve’, voormalig eigendom van de Abdij van Binderen, stond. Het is mogelijk dat deze hoeve de in 721 genoemde hoeve is. In 1681 werd Vlierden een zelfstandige parochie, terwijl het in 1505 al een heerlijkheid was geworden door de uitgifte in leen van de lage jurisdictie door de hertog van Brabant. Omstreeks de 17e eeuw verplaatste de kern van het dorp zich naar het westen, waar aan het einde van de 18e eeuw een eerste gemeentehuisje werd gebouwd. Dit werd in 1902 vervangen door het pand dat er nog altijd staat. In 1845 werd de huidige Sint-Willibrorduskerk aan de Pastoriestraat gebouwd, op de plek waar eerder de schuurkerk stond. Deze schuurkerk was aan het einde van de 17e eeuw noodzakelijk geworden, omdat bij de Vrede van Münster in 1648 alle kerken en kapellen eigendom waren geworden van de overheid en in gebruik bij de protestantse ingezetenen. De nieuwe kerk van 1845 betekende definitief dat de kom van het dorp hier kwam te liggen. Al snel werden school, klooster en meer boerderijen gebouwd, waardoor daadwerkelijk sprake was van het dorp Vlierden. Vanaf de Tweede Wereldoorlog kreeg de kern vervolgens nog meer gestalte met enkele kleine nieuwbouwwijken. In 1926 is de gemeente Vlierden gefuseerd met de gemeente Deurne en Liessel tot de nieuwe gemeente Deurne. In 1968 verloor deze gemeente het oude Vlierdense deel van Brouwhuis aan de groeikern Helmond. In Vlierden, op een terrein dat het Ven heet, ligt de familiebegraafplaats van medicus-pictor Hendrik Wiegersma.

 

Vlieren virtueel bezoeken? Klik op Vlierden